Internationalisering als inspiratie voor onderwijsinnovatie

Als ieder kind in Nederland IB-onderwijs had genoten, waren er waarschijnlijk begin dit jaar geen rellen geweest.

Internationalisering kent vele facetten. Zo zie je gelukkig steeds meer scholen die de kracht van meertaligheid (1) erkennen en reeds vanaf groep 1 Engels aanbieden aan hun leerlingen. Meer en meer VVTO-scholen (VVTO = Vroeg VreemdeTalenOnderwijs) geven niet enkel formele Engelse taallessen, maar integreren via CLIL (CLIL = Content and Language Integrated Learning ) het Engels in meerdere lesonderwerpen waardoor kinderen nog efficiënter hun Engelse taalniveau kunnen doorontwikkelen(2). Het belang van academische ontwikkeling van de moedertaal (3)(4) en de meerwaarde van translanguaging (5)(6) is ook bekend bij steeds meer Nederlandse leerkrachten, vandaar dat ook het concept van de “taalvriendelijke school” ( www.languagefriendlyschool.org  ) weerklank begint te vinden in Nederland.   Naast Kerstmis vieren we op onze scholen de laatste jaren een diversiteit aan feesten, waardoor we duidelijk laten zien dat ieders culturele identiteit welkom is op onze scholen.

"Internationalisering draagt bij aan het gevoel welkom te zijn en helpt ieder kind om zich voor te bereiden op een steeds internationalere samenleving”

Allemaal ontwikkelingen die het kind ten goede komen! Zowel het “internationale” kind als kinderen die geboren zijn in Nederland: internationalisering draagt bij aan het gevoel welkom te zijn en helpt ieder kind om zich voor te bereiden op een steeds internationalere samenleving. 

Daarnaast zie je in Nederland ook vormen van internationalisering groeien waar niet enkel het kind beter van wordt, maar waarvan de gehele school beter wordt. Het loont het Nederlandse onderwijs om over de grenzen heen te kijken. Internationalisering als inspiratie voor onderwijsinnovatie dus!

Het IPC (International Primary Curriculum)(7) wordt momenteel door meer dan 1000 scholen in ongeveer 90 landen gebruikt, in Nederland werken meer dan 150 reguliere basisscholen met het IPC. Zij bieden hun leerlingen een curriculum en een onderwijsconcept waarin leren centraal staat; maar waarin ook expliciet aandacht is voor persoonlijke leerdoelen, voor onderzoeken en presenteren en voor wereldburgerschap.

Maar ook het IB-onderwijs(8) ,met name dan het PYP (Primary Years Programme), heeft zijn weg gevonden van de vele internationale scholen wereldwijd naar de reguliere Nederlandse basisschool. Openbare Basisschool Het Startpunt uit de Schilderswijk in Den Haag is de eerste reguliere Nederlandse school die zich officieel “IB-worldschool” mag noemen(9).

We denken in Nederland, bewust maar ook vaak onbewust, nog erg methodisch. Waarbij we soms toestaan dat de educatieve uitgeverijen de gemiddelde ontwikkeling van onze leerlingen bepalen en als standaard gebruiken. Les geven vanuit gestelde doelen in plaats van uit het gestandaardiseerde werkboekje, al dan niet met de lesmethode als leidraad in plaats van als keurslijf, zet de leerkracht weer in zijn/haar kracht en geeft vertrouwen in de professionaliteit van de leerkracht. Het IB PYP kan ons daarmee helpen!

Het IB richt zich op het ontwikkelen van onderzoekende, goed geïnformeerde en zorgzame jonge mensen die helpen om een betere en meer vreedzame wereld te creëren door intercultureel begrip en respect. In het PYP gaat het om onderzoekend leren. De focus ligt vooral op het leren begrijpen van de wereld om ons heen. Het spoort kinderen aan om niet alleen informatie te verzamelen maar deze om te zetten in actie die een bijdrage levert aan henzelf, hun omgeving (gemeenschap) of de wereld waarin ze leven. Die oproep tot maatschappelijk relevante actie is waar het IB-onderwijs het verschil kan maken, zowel voor het primair als voor het voortgezet onderwijs. Dit aangevuld met een sterk aanbod sport, cultuur, muziek en natuurbeleving, leidt tot rijke schooldagen en dus tot een maatschappelijk rijk schoolleven. Als ieder kind in Nederland IB-onderwijs had genoten, waren er waarschijnlijk begin dit jaar geen rellen geweest. Is het immers niet het ontbreken van maatschappelijke betrokkenheid, het ontbreken van verbinding en vertrouwen, dat er voor zorgt dat maatschappelijke onvrede leidt tot zinloos geweld en vernietiging van die onbegrepen maatschappij? Zou een IB-leerling het dan lijdzaam ondergaan wanneer ervaren wordt dat hem/haar onrecht wordt aangedaan door de overheid, door organisaties of door een medemens? Uiteraard niet! Wel zouden die IB-leerlingen onderzoek gedaan hebben en met onderbouwde argumenten gekomen zijn tot meer effectieve en eerlijkere tegenmaatregelen die ze creatief zouden gepresenteerd hebben via diverse kanalen.

"Zijn de dalende resultaten voor lezen en schrijven te verklaren door gebrekkige socialisatie, maatschappelijke verbinding en persoonlijkheidsontwikkeling?"

Betrokken maatschappelijke actie dus. Dit als fundament van het IB-onderwijs: geen klassieke lesmethode, wel een onderwijsconcept dat ook focust op socialisering en persoonlijkheidsontwikkeling. Een focus die essentieel is voor gedegen onderwijs. In die zin is de volgende hypothese het onderzoeken zeker waard: “Zijn de dalende resultaten voor lezen en schrijven te verklaren door gebrekkige socialisatie, maatschappelijke verbinding en persoonlijkheidsontwikkeling?” Zonder betrokkenheid immers geen wil om mee te doen. Bij een gebrekkige socialisering ontbreekt het vermogen om deel te nemen aan het groepsproces in onze klassen; dit in verschillende gradaties: van niet deelnemen tot actief verstoren van het leerproces in de groep. Kinderen die “moeilijk gedrag” vertonen zijn een steeds vaker voorkomend fenomeen op Nederlandse scholen, dit vanuit kinderen uit alle lagen van de bevolking. Zowel vanuit kansarmoede als vanuit het verwende kindsyndroom (10) kan gebrek aan perspectief en betrokkenheid ontstaan. Dit is een onderwerp dat bijvoorbeeld ook in het manifest over het onderwijs in 2032 aangestipt wordt.(11) Implementeren van IB-onderwijs heeft waarschijnlijk dan ook meer effect op het lees-en schrijfonderwijs dan gewoon nog meer tijd te investeren in het lees- en schrijfonderwijs zoals we dat de voorbije jaren al deden. De verbetering van die resultaten via IB is ook iets wat OBS het Startpunt uit de Haagse Schilderswijk nu reeds vaststelt(12).

Daarnaast zijn in het IB-onderwijs de 21e eeuwse vaardigheden, zoals verbinding maken tussen eigen kennis / ervaringen en nieuwe informatie / vaardigheden, belangrijk. Daardoor leren kinderen zelfstandig te denken, handelen, plannen, uitvoeren en reflecteren. De kwaliteit van het leren wordt vergroot, doordat kinderen van en met elkaar leren en ontdekken. Wereldburgerschap, techniek, onderzoeken en presenteren, wetenschappen? Allemaal onderdelen waarvan leerkrachten op klassieke Nederlandse scholen vaak het gevoel hebben dat die er ook nog bijkomen en dat die qua tijd niet in te passen zijn naast de gebruikte lesmethodes. Deze onderdelen maken logisch en integraal deel uit van het lesaanbod op een IB-school.

Sommige leerkrachten kijken argwanend naar onderwijsinnovatie en refereren dan naar innovaties uit het verleden die ze hebben zien mislukken. Het IB-onderwijs bewijst echter al vele jaren zijn meerwaarde op de vele internationale scholen wereldwijd; dit voor kinderen van 3 tot 18 jaar. Marie-Thérèse Maurette bedacht in 1948 de basis voor het IB-programma en gedachtengoed. Ze schreef toen het boek ‘Is There a Way of Teaching for Peace?’ Dit boek was bedoeld als handboek voor UNESCO. Midden in de jaren 60 stichtte een groep docenten van de Internationale school van Genève de ‘International Schools Examinations Syndicate’ (ISES). Naast de inspiratie uit ‘Is there a Way of Teaching for Peace?‘ , was ook de behoefte aan een doorlopend onderwijsprogramma op de internationale scholen wereldwijd een belangrijke aanleiding om dit te ontwikkelen. Het ISES groeide daarna door naar het International Baccalaureate Organisation (IBO). Het IB werd vervolgens in 1968 officieel opgericht in Genève. Sindsdien is het IB-onderwijs zich blijven doorontwikkelen, steeds de meest recente ontwikkelingen volgend op vlak van de wetenschap van de werking van de hersenen en van leerprocessen. Om kinderen aan te zetten om tot leren te komen, is er een Learner Profile (13)(14) opgesteld. In dit profiel wordt omschreven welke kenmerken van een kind allemaal gestimuleerd en/of ontwikkeld moeten worden om tot wereldburger uit te groeien.

Aan de hand van dit profiel worden doelen opgesteld met de kinderen:

Het bereiken van een gepersonaliseerde balans van het IB learner profile is een belangrijk streven van het IB-onderwijs. Het hele programma gaat uit (15)van een holistisch aanbod. Er wordt thematisch gewerkt waarbij uitgegaan wordt van het denken in concepten. Zo kan er naar machines gekeken worden zowel vanuit het concept “functie: hoe werkt het?” als vanuit het concept “verandering”; waarbij je vanuit het ene concept kijkt naar de technische kant van machines en vanuit het andere concept reflecteert op welke maatschappelijke veranderingen machines sinds de industriële revolutie teweeg gebracht hebben. Deze concepten komen terug binnen ieder thema van het IB PYP.

Wanneer je met deze concepten aan het werk gaat, kom je feiten tegen, wordt er kennis vergaard, wordt een gebeurtenis uit de geschiedenis in een breder perspectief gezet en komt het op zo’n manier dicht bij de leerling, dat de leerling er rijker van wordt in zijn denken en handelen. Het IB gedachtengoed gaat er dan ook vanuit dat het grootste bewijs dat kinderen iets hebben geleerd, is dat wat ze doen uit eigen beweging. Door kinderen authentieke leersituaties te geven, laten kinderen het binnen in hun systeem en zullen ze het gaan toepassen. Kinderen worden op deze manier zelfbewust en kritische denkers over mens en maatschappij.

Het betekent in de praktijk dat er gewerkt wordt vanuit zes “Units of Inquiry” of onderzoeksthema’s. Deze thema’s sluiten aan bij het uitgangspunt dat kinderen in de wereld willen staan, dat zij betrokken zijn op de wereld. Deze zes units komen ieder jaar terug. En aan deze zes thema’s worden ook de Nederlandse kerndoelen gehangen. Alle kerndoelen krijgen dus een plekje in deze units. Welke units zijn er gedurende het schooljaar(16):